Word je ideale vader of moeder

Nadat ik met mijn cliënt een korte meditatie had gedaan, zat ze heerlijk ontspannen op haar stoel. Ik vroeg: ‘Hoe voel je je nu?’ Ze keek me aan en begon hartstochtelijk te huilen.

We kunnen opeens, terwijl er in feite niets is veranderd, een emotionele omslag beleven, enkel en alleen omdat we aan iets denken wat we niet fijn vinden. We geloven de gedachte die opkomt en húp, daar komen de hete tranen. Of de gebalde vuisten. Of de knikkende knieën.

Bij kleine kinderen zie je dat ook. Ze kunnen van het ene op het andere moment veranderen van een huilend kind in een stralend kind. En andersom. Maar een peuter reageert primair op de werkelijke (vaak lichamelijke) omstandigheden en op hoe het zich daarbij voelt. Er komt geen gedachte tussen die voor een emotie-omslag zorgt. Bij volwassenen is dat wel zo. Een gedachte komt op, die gedachte lijkt de werkelijkheid van dit moment te veranderen en daar gaan we. Spanning in onze spieren, pijn in ons hart of onze buik, fronsen in ons voorhoofd…

We lijken onze gedachten eerder voor waar aan te nemen dan de werkelijkheid van dit moment. Bizar eigenlijk. Dieren leven gewoon nu, geen centje pijn. Niks fantasieën over een fijne of niet fijne toekomst. En als er wel wat aan de hand is, reageren ze instinctief en adequaat. Of ze geven zich over aan de situatie als er niets meer te redden valt.
Maar wij mensen doen dat anders, en dat is niet in ons voordeel. We kunnen ons rot voelen, puur vanwege een gedachte aan iets wat helemaal niet op dit moment gebeurt, en ons de hele dag rot blijven voelen. De gedachten gaan vooral over iets wat we niet willen, maar wat we ook niet (meer) kunnen voorkomen. Dat maakt ons bang, boos, verdrietig… Of over iets waar we op hopen, omdat het ons niet zint hoe het nu is. Dat maakt ons ongeduldig, geïrriteerd…

Er bestaan slechts twee problemen:
óf er is iets wat je niet wilt,
óf je wilt iets wat er niet is.
Alexander Smit

Ik herken dat maar al te goed. Ik wil ook regelmatig dat het anders is dan het is. Wanneer ik in de gaten heb dat ik meelift op een ‘verbeteringsfantasie’ terwijl ik hier en nu niet echt iets kán verbeteren, richt ik mijn aandacht op dat waarin de gedachte – en het bijbehorende gevoel – wordt waargenomen. Dus op het ervaren, het waarnemen zelf. Ik heet de gedachte en het gevoel welkom en ontferm me er als het ware over. Als een ideale vader over zijn huilende kind. Ik neem het kind op schoot en hou het liefdevol vast. Het kind mag jammeren en boos zijn, ik blijf het vasthouden totdat het rustig is geworden.

Natuurlijk ben ik het kind zelf. Of beter: het ‘kind’ is mijn kinderlijke gedachte dat er iets aan dit moment niet goed is plus het ontevreden gevoel dat daaruit voortkomt. In werkelijkheid is er niets mis met dit moment, óók niet met die gedachte en dat gevoel.

Toen mijn cliënt uitgehuild was en ik als een verwelkomende ‘vader’ (of ‘moeder’) tegenover haar had gezeten zonder iets te willen veranderen, keek ze me aan en zei: “Dank je wel dat ik bij jou mag huilen en dat je me niet probeert te troosten.”
Ik vroeg of ze misschien ook voor het eerst bij zichzélf mocht huilen zonder zich ervoor te schamen of zich groot te houden. Ze lachte opeens. Wéér zo’n omslag. Met een glinstering in haar helderblauwe ogen knikte ze van ja.

Geef een antwoord