Welkom thuis

Wanneer ik de krant lees of het journaal kijk, krijg ik vaak het idee dat de wereld naar de haaien gaat. De democratie in Amerika die tot een einde lijkt te komen, de agressieve opstelling van Rusland tegenover aangrenzende landen, de wereldwijde klimaatcrisis natuurlijk, onze harde houding naar vluchtelingen… Ik word er niet blij van. Sterker nog, het grijpt me aan. Ik word er boos en verdrietig van, en als ik niet uitkijk maakt het me cynisch.

De uitnodiging is steeds om wakker te worden voor de werkelijkheid van dit moment. Gewoon, hier en nu om me heen, dát is de echte wereld waarin ik leef. Hier kan ik al dan niet in actie komen om anderen te helpen. Het nieuws in de krant en op tv is te groot en vaak te ver weg, ik kan er zo weinig mee en voel me erdoor verlamd. Door mijn aandacht te richten op de werkelijkheid, kan ik wél wat. Ik kan ervoor kiezen om met mijn aandacht uit mijn hoofd in mijn hart te zakken, en met mededogen te kijken naar wat ik rechtstreeks waarneem. Van mijn hoofd naar mijn hart, dat is een afstand van nog geen halve meter. Heel wat anders dan de afstand naar Syrië of Wit-Rusland. Dat gevoel van mededogen, medemenselijkheid, strekt zich dan uit naar de wereld om me heen. De man die bijna elke dag accordeon zit te spelen voor de supermarkt, het meisje dat met volle boodschappentassen een deur probeert te openen, het lieveheersbeestje dat ik in zijn winterslaap verstoor wanneer ik een bloempot verplaats… Het gevoel van mededogen strekt zich ook uit naar de pijnlijke gevoelens in mijn lichaam: de steen in mijn buik of de steek in mijn hart wanneer ik iets akeligs hoor over ‘ver weg’ en waar ik niets aan kan veranderen.

Mijn hart opent een ruimte die groter is dan alles wat ik zie en hoor en voel. Een vertrouwde, niet-persoonlijke ruimte waar ik me toch thuis weet. Hier hoef ik nooit vandaan, hier kán ik nooit vandaan. Niet echt. De enige keuze die ik heb is om deze plek van liefde te negeren en met mijn aandacht naar het denken – dus naar mijn oordelen – te gaan. Ik zal niet ontkennen dat ik dat regelmatig doe, maar iets in mij roept me gelukkig net zo vaak terug: ‘Kom hier, verloren zoon. Hier is het goed, welke gedachten je ook bezighouden. Welkom thuis!’

2 Comments

Geef een antwoord