Wegwezen

Vanmorgen liep ik met mijn volle boodschappentas terug van de markt naar huis. Toen ik langs de Havik liep, een prachtig oud stuk van de Amersfoortse binnenstad, woei ik weg. Ik was verdwenen, ertussenuit. Alles was kristalhelder: de beelden, de geluiden, alles. Niets hoefde anders te zijn dan het was. En ik was weg. Totdat ik besefte dat ik was verdwenen, toen was ik er weer en verloor de wereld iets van zijn glans.

Ik… Wat is dat: ik? ‘Ik’ bleek niets meer te zijn dan de gedachte dat er hier iemand liep. Meestal voelt het alsof ik een golf ben die denkt dat hij afgescheiden van de oceaan en de andere golven bestaat. Als een iemand-golf. Op het moment dat de golf ziet dat hij het water is waar de hele oceaan inclusief de andere golven van gemaakt zijn, verdwijnen zijn grenzen. Of beter: dan beseft hij dat die grenzen nooit hebben bestaan. Zo verging het mij in de stad: ik besefte zomaar dat ik niet gescheiden was van wat er plaatsvond. Wat overbleef, was het pure ervaren van het moment.

De golf blijft bestaan totdat hij op de kust uiteenslaat of met andere golven wordt samengevoegd. Maar wanneer hij beseft dat hij het water is, is hij niet langer bang om ooit op te lossen in de oceaan. Er is geen angst voor zijn verdwijnen, want feitelijk is hij al weg. Het ego, de gedachte een iemand-golf te zijn, is er niet meer. In plaats daarvan is er het besef dat er alleen het geheel is, waar niets aan wordt afgedaan wanneer zijn ‘golf-zijn’ verdwijnt.

‘Wij zijn één’, las ik laatst op een T-shirt. Klinkt super spiritueel, maar het is maar hoe je het bekijkt. Ieder van ons is niet alle andere mensen. Maar tegelijkertijd is ieder van ons het Gewaarzijn dat onze unieke persoonlijkheid én alle andere mensen ervaart. De golf is niet de andere golven. Maar het water waaruit de golf bestaat is niet anders dan deze golf, de andere golven en de hele oceaan. Wij zijn het Gewaarzijn waaruit wijzelf en alle andere mensen bestaan.

De Indiase Advaita-leraar Nisargadatta Maharaj inspireerde velen met zijn woorden, waaronder deze: ‘Vanuit Wijsheid zie ik dat ik alles ben. Vanuit Liefde zie ik dat ik niets ben. Tussen deze twee speelt mijn leven zich af.’

Wijsheid is: zien dat je niet de golf bent, maar het water waaruit alles bestaat, dus het Gewaarzijn dat alles waarneemt en zich voordoet als de ervaarbare wereld, inclusief dit individuele zelf. Liefde is: het universele gevoel dat helemaal vanzelf opkomt zodra je de waarheid beseft. En ‘mijn leven’ is de individuele beleving, inkleuring, van het Gewaarzijn.

We zijn tegelijk deze persoon (ik), het Gewaarzijn (niets) en dat wat wordt waargenomen (alles). Ik ben niets en alles… Wat een ongelooflijk mysterie. En wat heerlijk om dat – op onverwachte momenten, zoals vanmorgen in de stad – tot in mijn tenen te mogen beseffen.

Geef een antwoord