De moed om bang te zijn

Gisteren, op de laatste dag van de winter, mocht ik stemmen voor de Provinciale Staten en voor de waterschappen. Maar ik was niet de enige stemmer, want gelukkig leven we in een democratie. Vanmorgen hoorde ik dat T.B. met zijn partij de grote winnaar van deze verkiezingen was. ‘O help, de lente begint slecht,’ dacht ik meteen.

Net als in veel andere landen zie je in Nederland momenteel de groeiende, menselijke neiging om harder, onverdraagzamer en conservatiever te zijn. Dat roept bij anderen de angst op dat het de verkeerde kant opgaat met de samenleving. Dertig à veertig jaar geleden was het precies andersom: toen was er de tendens om heel tolerant te zijn en alles wat onbekend was te verwelkomen. Daar werden weer ándere mensen bang door. Van hen hebben er nu waarschijnlijk veel op T.B. gestemd.

Alles komt in golfbewegingen. De pendel zwaait uit naar de ene kant, om dan net zo ver naar de andere kant te slingeren, en daarna weer terug naar de ene kant, en zo maar voort. Steeds wanneer de situatie extreem lijkt te gaan worden, worden mensen bang en trappen op de rem. De pendel komt langzaam tot stilstand, en zwaait vervolgens terug naar de andere kant. Halverwege komt hij in het midden aan. De plek van het evenwicht, de perfecte harmonie. Maar daar stopt hij niet, want juist op dat moment heeft hij de grootste snelheid. Dus hij zwaait gewoon door! De werkelijkheid zoekt steeds naar evenwicht, maar blijft daar nooit hangen. Zoals mijn Healing Tao-leraar zei: “Als je de harmonie bereikt in je leven, mag je daar niet stoppen, want dan gaat het onherroepelijk rotten.”
Het streven naar harmonie is een natuurwet, maar het is nooit een jaar lang lente. De seizoenen volgen elkaar continu naadloos op. Elk moment is het precies zoals het is… waarna de situatie weer verandert. “De enige constante is verandering,” zei de Griekse filosoof Heraclitus al.

Het nadeel van onze menselijke angst is, dat die zich vaak alleen in ons denken afspeelt. We kunnen bij de open haard op de bank zitten naast een lieve vriend of vriendin, met een lekker glas wijn in de hand, en tegelijk bang zijn. Er is niets wat ons op dat moment bedreigt, en toch zijn we bang. Dat doet het denken. Dat doet het geloof dat onze gedachten waar zijn.
Hoe zou het zijn als we onze aandacht verplaatsen van ons hoofd naar ons lichaam? Als we de angst helemaal zouden voelen, zonder iets aan de oorzaak van die angst te willen veranderen, zouden we vanzelf minder bang worden. Dus laten we ons hart openzetten voor onze angst. Wagenwijd. Verwelkom de angst met open armen. Blijf bij het voelen van de angst, zoals een moeder bij haar zieke kind blijft waken. Ze weet dat het kleintje weer beter wordt omdat het een onschuldig griepje heeft. Maar tegelijk is ze vol mededogen, want haar kind voelt zich zó ellendig dat het ervan moet huilen.

De winst van T.B. kan ons ook doen huilen. Maar we kunnen niet zeker weten dat het slecht is dat hij meer macht krijgt. Wel kunnen we proberen de moed op te brengen om bang te zijn en dat gevoel serieus nemen. De gedachte die eraan voorafgaat is niet waar, het gaat altijd anders dan je denkt. Maar je gevoel is echt. Blijf bij je gevoel zoals de moeder bij haar kind: met een liefdevol hart en met alle geduld van de wereld, in het vertrouwen dat het weer overgaat. En in de wetenschap dat het goed is, nú al. Dus dat het niet anders hoeft te gaan dan het gaat.

Geef een reactie