Mindfulness 1.0 én 2.0

Mijn cliënt opent haar ogen en staart met een zachte blik en een kalme glimlach naar het tapijt. Ze zwijgt, maar geniet zichtbaar van de ruimte die ze ervaart. We zijn de sessie net begonnen met een mindful meditatie, waarin ik haar hielp om te ervaren hoe het is om de ruimte te zijn voor alle gedachten en gevoelens die vanzelf opkomen. Zoals de blauwe lucht de ruimte is voor alle wolken, vogels en vliegtuigen die er zich doorheen bewegen.

Mindfulness – dat in het boeddhisme al tweeduizend jaar lang wordt toegepast onder de naam ‘vipassana’ – is een reusachtige stap in de evolutie van de mens. Niets meer en niets minder. Niets minder, omdat het helder maakt dat wij niet onze gedachten en gevoelens zijn, maar ze altijd alleen waarnemen. En niets meer, omdat mindfulness het geloof in onze persoonlijkheid, ons ego, intact laat.

Hoe kalmerend en verruimend mindfulness ook is, er is dus nog een stap verder te gaan naar Mindfulness 2.0. Dat is de stap naar het besef dat we zelfs niet ons ego zijn, maar ook dát alleen maar waarnemen. Ego is in feite een verzameling van gewoontes in denken, voelen en doen. Een product van de mind, met herinneringen, meningen en gevoelsreacties als basisingrediënten. Doordat die patronen zich herhalen, lijkt er een rigide geheel te ontstaan dat we ‘ik’ noemen. Maar zodra we mindful afstand nemen en met mededogen naar die ik-bewegingen kunnen kijken, prikken we al een beetje door dat ego heen.

De stap naar Mindfulness 2.0 houdt in dat we ontdekken waarin al die gewoontepatronen in denken, voelen en doen worden waargenomen. Wat wordt waargenomen, wordt immers altijd in ‘iets groters’ waargenomen dat zelf geen waarneming is. Het is dus niet echt iets, want iets bestaat alleen als je het kunt waarnemen. En wat je kunt waarnemen, kun je niet zijn.
Aangezien datgene waarin alle gedachten, gevoelens en zintuiglijke ervaringen worden waargenomen zelf niet kan worden waargenomen, is het ook eigenlijk niet te benoemen. Maar woorden zijn toch handig als een soort richtingaanwijzers. Daarom wordt deze niet-ietsheid Leegte genoemd. Of Ruimte, of God, of Gewaarzijn. Of de blauwe lucht, die onvoorwaardelijk ruimte biedt aan de wolken, de vogels en de vliegtuigen.
Al die woorden wijzen naar Dit wat wij werkelijk zijn: dit alomvattende, wat we niet kunnen waarnemen, maar ons wel kunnen realiseren. Niet via het denken, maar meer met een soort weten, een oerbesef. Want we zijn Dit altijd. Dit tijdloze, onbegrensde, altijd aanwezige.

Mindfulness 1.0 is onmisbaar als eerste stap in de richting van deze realisatie. We zijn vrij het bij die stap te laten en vrolijk (of somber) door te gaan met een leven waarin we het vooral ons (niet echt bestaande) persoontje naar de zin proberen te maken. Maar we zijn deze Ruimte, dit Gewaarzijn zelf, waarin alles plaatsvindt. Er is geen persoon die waarneemt, er is geen object dat wordt waargenomen, er is alleen dit stromende waarnemen zelf.

‘Dus ik ben de blauwe lucht…,’ zegt mijn cliënt.
‘Altijd,’ reageer ik. Haar glimlach wordt breder, en ze kijkt me even aan. Wat een contrast met het betraande gezicht dat ik tijdens de vorige sessie bij haar zag.
‘Altijd. Wat er ook langskomt in deze blauwe lucht,’ voeg ik eraan toe.
Ze zucht diep. Een zucht van verlichting.

Geef een antwoord