Met de stroom mee

Het universum gaat precies zoals het gaat. En dat al heel wat jaren. Niets ging ooit fout, niets hoefde te worden hersteld. Als twee sterren botsten, ontploften ze misschien. Maar was dat erg? Had dat niet mogen gebeuren? Ongetwijfeld kwam er uit die ontploffing iets nieuws voort, wat weer een geheel eigen vorm kreeg. Creatie. Vernietiging. Creatie. Vernietiging. Eén constante recycling. Het universum is een stroom van verandering. En dat is geen probleem.
Maar het grappige is, dat er één planeet in dat enorme universum bestaat waar de dingen wel fout schijnen te kunnen gaan. En laat die ene planeet nou toevallig Aarde heten…

Kijk maar eens naar een foto van jezelf van rond de eeuwwisseling. Je zag er echt anders uit dan nu. En als je kijkt naar een foto van jezelf als baby, herken je jezelf amper terug. Toch was je dat ook allemaal. Zo verandert de werkelijkheid hier op Aarde aan de lopende band, net als in de rest van het heelal. En dat is precies zoals het moet zijn, simpelweg omdat het zo is.
Maar hoe ging het dan mis? Wanneer begonnen dingen fout te lopen? Sinds wanneer gebeurde er van alles dat niet had mogen gebeuren? Zoals kanker, oorlog, hongersnood? Aardbevingen, vliegtuigrampen, financiële crises?
Laten we voor het gemak Adam en Eva eens even de schuld geven. Want nadat zij hadden gegeten van de boom van de kennis van goed en kwaad, begon het geduvel. Zij, en alle mensen na hen, gingen oordelen: dit is wel goed, dat is niet goed. Dit wil ik wel, dat wil ik niet. Het is precies dat oordelen dat gebeurtenissen ‘fout’ of ‘erg’ maakt. Natuurlijk is het pijnlijk wanneer een geliefd familielid overlijdt. Maar had het niet mogen gebeuren? Het is toch gebeurd?

Onze oordelende geest keurt de helft van de werkelijkheid af. Namelijk de niet-aangename helft. Waarom doen we dat? Omdat we geen pijn willen voelen. We willen dat alles altijd leuk is. We willen een makkelijk, comfortabel leven. Daarmee ontkennen we de minder leuke, soms zelfs inktzwarte helft van het leven, die we desondanks niet kunnen voorkomen. We willen eigenlijk dus maar half leven.
De oplossing is tamelijk eenvoudig: we hoeven alleen maar te gaan voelen wat er te voelen is. Ook als dat gevoel niet prettig is, maar pijnlijk, rauw of zwaarmoedig. Onze oordelen over wat er gebeurt, zorgen ervoor dat we ons ongelukkig voelen. Dat we lijden. Het vasthouden aan het idee van constant geluk maakt ons juist ongelukkig.

Zou het zo kunnen zijn dat je pas echt gelukkig bent als je kunt zijn met hoe het is? Als je gaat aanvaarden wat er gebeurt? Als je een realist wordt, in hart en nieren? Wanneer we zouden stoppen met oordelen en in het directe ervaren van dit moment zouden stappen, met alles erop en eraan, zou het gauw klaar zijn met de strijd. Niets staat ons geluk in de weg, behalve wijzelf met onze oordelen. Als we toch eens een stap opzij zouden zetten, en de werkelijkheid gewoon de werkelijkheid konden laten zijn…

En nu stop ik met dromen. Want de realiteit is… dat we oordelen! Laten we daarom beginnen met ons daar niet tegen te verzetten, want oordelen is ook gewoon wat er gebeurt. Niets hoeft anders te zijn dan het is, ook dat oordelen niet. Eens kijken hoe de stroom van het leven verdergaat wanneer we onze oordelen waar laten zijn en tegelijk onze minder prettige gevoelens helemaal gaan toelaten en voelen. Het zou zomaar kunnen dat we dan een eenvoudig soort van geluk gaan voelen dat ons de rust geeft waar we zo naar verlangen, ongeacht de omstandigheden. Want we roeien dan niet meer uit alle macht tegen de stroom van het bestaan in, maar laten ons juist heerlijk met de stroom meedrijven, waarheen die ons ook voert. Dan gaan we genieten van de veelkleurige werkelijkheid van dit moment. Elk moment opnieuw.

Geef een antwoord