Hoe haal je het in je hoofd?

In het vroege voorjaar van 1978 gaf mijn vader zijn ouderwetse Underwood aan mij, nadat hij voor zichzelf een elektrische typemachine had aangeschaft. Op mijn zolderkamer had ik het pikzwarte bakbeest pontificaal op het bureautje gezet. Ik was er blij mee en typte mijn schoolwerkstukken tot mijn vingertoppen paars werden. Maar na verloop van tijd begon de opvallende saaiheid van het loodzware stuk gietijzer me te vervelen.

In de kelder ontdekte ik een nog halfvol blik oranje muurverf. Die was overgebleven na de schilderbeurt waarmee mijn jongste broer – in combinatie met paars en bruin – zijn kamer had gemetamorfoosd. Bij het zien van het verfblik kwam het beeld van de Underwood in me op, en ik nam de verf mee naar boven met het plan mijn typemachine een frisse nieuwe look te geven. Met een kleine kwast kwam ik helemaal tot bij de bevestigingspunten van de typearmen en binnen een uur was het complete ding oranje. Alleen de letters op de ronde toetsen had ik vrijgehouden, en ook waren de rol en het inktlint nog overwegend zwart. De typemachine voelde eindelijk als echt van mij, nu hij goed paste bij de andere kleurrijke objecten in mijn kamer.

Op een koude dag in april zat ik rillend mijn huiswerk te maken en vroeg ik ten einde raad aan mijn vader of hij naar de cv-radiator wilde kijken. Nadat hij het ding had ontlucht, viel zijn oog op mijn oranje aanwinst.

‘Wat heb je nou gedaan?’ riep hij met overslaande stem, terwijl hij met grote ogen naar de Underwood keek. ‘Hoe haal je het in je hoofd?’

Geschrokken nam ik een harde tik in ontvangst en stamelde iets in de trant van ‘Maar het is nu toch mijn typemachine? Ik mag er toch mee doen wat ik wil?’

‘Zo ga je niet met goeie spullen om!’ schreeuwde mijn vader nog harder. ‘Schoonmaken! Nog voor het avondeten is dat ding weer precies zoals hij was!’ Zonder verder iets te zeggen beende hij mijn kamer uit.

Ik zat met mijn handen in het haar, boos op mezelf hoe ik zo stom had kunnen zijn en bang voor mijn vader als hij zou zien dat ik de verf er niet goed af had kunnen krijgen. Met de moed der wanhoop en een schroevendraaier uit de gereedschapskist begon ik de oranje latex van het metaal af te krabben. De verf kwam in plakjes en flintertjes los en schoot soms bijna in mijn ogen. Na een middag zwoegen zag het ding er weer uit als een echte Underwood, met alleen hier en daar nog een onbereikbaar stukje oranje en waarschijnlijk met wat extra krassen door mijn geschraap, maar mijn vader was tevreden.

Tja, hoe haal ik iets in mijn hoofd? Maak ik die keuze, of gebeurt zoiets vanzelf? Denk ik mijn gedachten, of neem ik waar wat er aan gedachten verschijnt?

De Deense hersenonderzoeker Thor Nørretranders ontdekte dat onze hersenen al een gedachte of beeld hebben gevormd voordat wij ons van die gedachte of dat beeld bewust zijn. Onze hersenen gaan in feite hun eigen gang. We halen ons niets in ons hoofd, er komen gewoon gedachten op. Het vanzelf opkomen van een gedachte is nog geen excuus om een antieke typemachine oranje te verven, maar toch.

Niet alleen onze gedachten komen en gaan naar believen, het hele universum gaat zoals het gaat. Sterren worden geboren en exploderen weer, alles gebeurt zoals het gebeurt. Ook op onze planeet gaat alles helemaal vanzelf. Onze menselijke hersenen zijn in staat onze ervaring van het hier en nu te versluieren met herinneringen en droombeelden. Als we daarin meegaan, leven we in een bedachte realiteit – een fantasie – die weinig meer te maken heeft met hoe het echt is. Ik vind het daarom zinvol om te zien dat elke gedachte opkomt als een wolk voor de zon en na een poosje weer plaatsmaakt voor een andere gedachte, en mijn aandacht daarbij te richten op de blauwe lucht. Dus op het bewustzijn waarin die gedachte verschijnt.

Als we zo kunnen kijken naar onze gedachten, ook de meest pijnlijke, wordt het makkelijker om te beseffen dat we losstaan van die gedachten en dat we ze alleen waarnemen. Zo kan er zomaar opeens een moment zijn dat we de werkelijkheid ervaren zónder gedachten en zónder emoties, waarin we ons vollediger voelen dan ooit. Dat is de ultieme innerlijke vrede, waarin we ons één weten met de wereld en van binnenuit stralen als de zon in een strakblauwe hemel. Helemaal vanzelf.

2 Comments

  • Ad

    29 april 2021 at 16:14

    Mooi verhaal Han. Zo ken ik het verhaal, uit overlevering, van een man uit Haarsteeg die alles, en dan ook alles, paars schilderde. Dat heb ik altijd onthouden want het fascineerde mij. Lof voor het lef om zoiets te doen, angst voor de manie die er misschien onder zat, de noodzaak, de drift het daadwerkelijk uit te voeren. Wat gebeurde daar?
    Jij schrijft, het is nu van mij. Van mij. Aangeraakt met een kwast en verf. Door mij. Van mij.
    Zou het dat geweest zijn?
    Mijn verhaal komt uit een tijd dat mensen alleen de noodzakelijke spullen hadden. Jaren 20 vorige eeuw.

    Of ik je reactie van volledige onschuld naar je vader in deze voor waarheid aanneem, nee.
    Ik denk dat je ook gewoon lekker stout wilde zijn.😁

    Beantwoorden
    • Han van Eijk

      29 april 2021 at 17:52

      Hoi Ad, leuk dat je reageert.
      Misschien was het wel zo dat ik heb geprobeerd mijn vader er een beetje ‘vanaf te schilderen’ door de typemachine oranje te verven.
      Wat ik me sowieso nog goed herinner is dat ik oprecht verbaasd was dat hij boos werd.
      En dat ik me tegelijk schuldig voelde dat ik ‘zijn’ Underwood had verknald en mezelf op mijn kop gaf dat ik daar niet eerder aan had gedacht.
      Die gedachte was dus niet vanzelf in me opgekomen.
      Lekker stout zijn hoort wel bij die leeftijd (ik was 15), maar lekker stout zijn tegen mijn váder kwam niet in me op.
      Als je hem gekend had, was dat bij jou ook vast zo geweest… 😄

      Beantwoorden

Geef een reactie