‘Een stofje in de kosmos’

‘Als ik mediteer, lukt het me meestal om mezelf weg te denken. Ik besef dan dat ik niet meer ben dan een stofje in de oneindige kosmos,’ zei de vrouw. Ik zat naast haar tijdens een feestje, en het gesprek ging van de hak op de tak. Ik vroeg haar: ‘Erváár je het ook zo? Of bedénk je dat vooral?’ Haar antwoord kwam niet uit de verf, want er waren alweer anderen die het over andere dingen wilden hebben.

Maar haar uitspraak bleef haken bij mij. Ik hoor of lees het wel vaker: ‘Wij zijn slechts een stipje in het grote universum,’ of iets van die strekking. Het heeft iets nederigs, wat op zich wel weer gezond is naast alle dikdoenerij van veel mensen. Maar ik kan helemaal niets met die uitdrukking. En naar mijn mening klópt hij ook niet. De vrouw zei dat ze zichzelf wegdacht als ze mediteert, wat ze kennelijk beschouwt als een spirituele verworvenheid. Maar daarvoor in de plaats denkt ze dat ze iets anders is. Zo is ze tenminste toch weer ‘iets’, namelijk een onbeduidend stofje. Wat mij betreft is dat weinig meer dan een wisseltruc: ze vervangt de ene illusie door de andere.

De oneindige kosmos… wat is dat eigenlijk? Erváár je die ooit? Als kind had ik wilde ideeën over hoe groot het universum is. Dan vloog ik in mijn fantasie van sterrenstelsel naar sterrenstelsel, en probeerde ik aan de rand van het heelal uit te komen, wat natuurlijk nooit lukte. Het waren beelden, opgeroepen naar aanleiding van onder andere NASA-foto’s en Star Trek-afleveringen die door mijn gretige kindergeest gul werden verwelkomd. Maar de werkelijkheid is anders. Als ik een plaatje zie van een sterrenhemel… zie ik een plaatje van een sterrenhemel. Of beter nog: een plaatje van veel zwart met stipjes wit. Dat is de werkelijke ervaring. Alle interpretaties die uit die ervaring voortkomen, hebben weinig van doen met de werkelijkheid.

Ik ervaar mijzelf niet als een stipje of stofje. Al evenmin als een enorme berg, waar een miertje uren op kan ronddwalen. Ik ervaar mijzelf als de werkelijkheid van dit, hier, nu. Deze altijd aanwezige heldere openheid ervaart zichzelf doorlopend, precies als dat wat zich voordoet. Niets meer en niets minder. In deze openheid doen zich regelmatig gedachten voor, dan is dat de werkelijkheid. Maar de inhoud van die gedachten is nooit de werkelijkheid. Die is altijd een fantasie, gebaseerd op beelden van ooit. Zelfs mijn ideeën over de toekomst zijn samengesteld uit herinneringen die over elkaar heen schuiven tot er een soort collage ontstaat van stilstaande en bewegende plaatjes die ik dan ‘toekomst’ noem. Het enige werkelijke aan die beelden is het feit dat ze zich op dit moment voordoen in de beschikbaarheid die ik ben. Totdat ze oplossen en plaatsmaken voor een ander bedenksel. Of voor een moment van gedachteloosheid.

Er is alleen werkelijkheid, en die neemt zichzelf waar. Dat ervaar ‘je’ elk moment, want jij bént die werkelijkheid. Je bent nooit iets anders. Beelden en geluiden bewegen vrij door je heen. Of je de werkelijkheid prettig of niet prettig vindt, doet er niet toe. De werkelijkheid is alleen dit, hier, nu. En dat ben jij. Al het andere haal je erbij, zelfs het idee dat je die-en-die bent, of dat je – zoals die vrouw tijdens haar meditaties – een stofje bent in een oneindig universum.

Geef een reactie